|
Situatie in Nijmegen
- Stikstofdioxide
(NO2) en Stikstofoxiden (NOx)
Huidige
situatie
Hieronder
wordt achtereenvolgens de huidige situatie van de luchtkwaliteit in
Nijmegen voor de stoffen stikstofdioxide (NO2)
en fijn stof (PM10) in beeld gebracht. Daarnaast wordt aandacht besteed
aan de stoffen van de derde en vierde dochterrichtlijn -ozon en
carcinogenen waarvoor de normen in de nabije toekomst van kracht worden.
Tot slot zal aandacht besteed worden aan benzeen (C6H6)
omdat hiervoor de norm binnenkort wordt aangescherpt en gemeenten hierover
ook moeten gaan rapporteren. Op basis van beschikbare gegevens is in beeld
gebracht in hoeverre in Nijmegen nu al aan deze streefwaarden kan worden
voldaan. De stoffen koolmonoxide (CO), lood (Pb) en zwaveldioxide (SO2)
staan er niet bij omdat hiervoor overal in Nederland aan de normen wordt
voldaan. Voor de actuele situatie van de stoffen in Nederland link even
door naar Het
Landelijk Meetnet (RIVM).
Stikstofdioxide
(NO2) en Stikstofoxiden (NOx)
Als je wilt weten of de luchtkwaliteit goed of slecht is kun je het beste beginnen met het meten van deze
stof. Als er een grote concentratie van deze stof aanwezig is betekend het dat er
waarschijnlijk meer schadelijke stoffen aanwezig zijn. Stikstofoxiden (NOx)
ontstaan bij verbranding van fossiele brandstoffen en vormen een
belangrijk element in de luchtverontreinigingproblematiek. Onder NOx wordt de som van
stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2) verstaan. Bij
verbranding ontstaat met name NO. In de atmosfeer reageert NO onder
invloed van zonlicht met ozon (O3),
waarbij het gedeeltelijk wordt omgezet in NO2. Emissies worden doorgaans uitgedrukt als NOx.
Immissies worden doorgaans uitgedrukt als NO2. Meer informatie over
koolstofdioxiden is hier
te vinden. Klik hier
voor de actuele situatie van deze stof in Nederland.
Situatie in Nijmegen

Figuur 1
In de
geldende regelgeving is bepaald dat de concentratie stikstofdioxide in de
buitenlucht (immissie)
vanaf het
jaar 2010 maximaal 40mg/m3 mag bedragen. Dit is
een jaargemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide.
In
onderstaand figuur is de bijdrage van verschillende bronnen in Nijmegen
aan de totale emissie stikstofoxide weergegeven.
Figuur 2

Figuur 1 geeft de mg/m³ aan stikstofdioxiden aan.
Dit is de concentratie aan stikstof in Nijmegen. Zoals te zien is in deze
figuur zitten we als gemeente Nijmegen nog niet op de juiste grenswaarde
van het jaar 2010 dat moet dus daarvoor nog iets aan gedaan worden.
Bij de 2e figuur wordt laten zien
wat de bronnen (emissie) zijn van de stikstofoxiden. Wat blijkt is dat de
grootste boosdoener verreweg de elektriciteitcentrales is. Maar in
Nijmegen zijn ook het verkeer en de scheepvaart belangrijke veroorzakers
van de emissie van stikstofoxiden. Een andere bron van uitstoot van
stikstofoxiden is de verbranding van gas in verwarmingsinstallaties van
huishoudens, glastuinbouw, dienstensector en kleine bedrijven. De uitstoot
hiervan is zeer diffuus en neemt af doordat steeds meer gebruikt wordt
gemaakt van hoge rendement ketels waarbij de NOx
emissie laag is.
Fijn stof (PM10)
Fijn
stof (Particulate Matter) is een verzamelnaam voor fijne stofdeeltjes
in de lucht. In het Besluit Luchtkwaliteit
is een norm opgenomen voor alle deeltjes kleiner dan 10mm (micrometer), de
zogenaamde PM10-norm. Hieronder valt een verzameling aan natuurlijke (bijv.
zeezout) en door de mens geproduceerde stoffen, zoals uitlaatgassen.
Daarnaast wordt fijn stof ook in de atmosfeer gevormd uit andere stoffen
zoals NH3 en SO2.
Dit worden zogenaamde secundaire aerosolen genoemd. Klik hier
voor de actuele situatie van deze stof in Nederland.
Situatie in Nijmegen
Net
als bij de stikstofoxiden zie je dat hier (Figuur 3) ook de
elektriciteitscentrales de grootste rol spelen. De emissie kan door
milieumaatregelen die Elektrabel momenteel neemt echter fors afnemen.
Buiten elektrabel levert met name verkeer, scheepvaart, enkele andere
bedrijven en huishouden een significante bijdrage aan de fijnstof emissie
in Nijmegen.
Figuur
3

Ozon (O3)
Ozon
is in de hogere atmosferische lagen tussen 10 en 50 km hoogte - de
stratosfeer- een onmisbare stof. Daar beschermt de ozon de aarde juist
tegen te hoge straling van ultraviolet licht, afkomstig van de zon. Zonder
ozon zou leven op aarde niet mogelijk zijn. Vandaar ook dat er mondiaal
beleid is om stoffen die ozon in de hogere luchtlagen afbreken (zoals
CFK’s uit spuitbussen) te verbieden. Dat geldt echter niet voor ozon die
in de lagere luchtlagen tot op 10 km hoogte - de troposfeer- wordt
gevormd. Op leefniveau draagt ozon bij aan luchtverontreiniging en is een
onderdeel van smog. Ozon ontstaat uit Vluchtige Organische Stoffen (VOS)
en stikstofoxiden (NOx) die onder invloed van zonlicht een chemische
reactie vormen. VOS en NOx komen met name vrij door uitlaatgassen van
wegverkeer.
Situatie in Nijmegen
Hoewel de
gemeente Nijmegen geen verplichtingen heeft op het gebied van ozon is er
wel informatie beschikbaar over het jaar 2003. Dit komt omdat in Nijmegen
sinds 2003 een meetpunt staat van het RIVM waar ozon gemeten wordt. Hier
werd in 2003 meer dan 35 dagen de streefwaarde overschreden, terwijl de
norm maximaal 25 dagen is. Omdat 2003 zo’n extreem hete zomer kende, is
dit waarschijnlijk een uitzonderingssituatie.
Carcinogenen
Zware metalen
zoals cadmium (Ca), nikkel (Ni), arseen (As) en kwik (Hg) zijn deels
afkomstig uit natuurlijke bronnen, zoals vulkanen. De emissie van de zware
metalen die door de mens veroorzaakt wordt, is echter vanaf de vorige
eeuw drastisch toegenomen. Daarnaast nemen de concentraties Polycyclische
Aromatische Koolwaterstofverbindingen, kortweg PAK’s steeds verder toe.
Al deze stoffen komen bij industriële processen, verbranding en
wegvervoer vrij. Ze kunnen zich makkelijk door de lucht verplaatsen en
kunnen schadelijke gevolgen hebben voor de mens en het milieu. Ze kunnen
zelfs kanker veroorzaken of bevorderen, vandaar dat deze stoffen bekend
staan als carcinogenen stoffen.
Situatie in Nijmegen
Midden jaren
negentig hebben carcinogene stoffen in Nijmegen-West en Weurt voor veel
onrust gezorgd. In dit gebied zijn in 1997, 1999 en 2001 metingen verricht
naar de aanwezigheid van een aantal carcinogene stoffen in de lucht. Uit
de onderstaande tabel blijkt dat de gemeten waarden onder de streefwaarden
zitten en dat Nijmegen dus nu al aan de vierde dochterrichtlijn van de EU
voldoet. Uit onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen en GGD blijkt
dat het risico om ten gevolge van uitstoot door bedrijven in Nijmegen-West
Weurt kanker te krijgen 1 op de 100 miljoen is. Dit is in
gezondheidstermen een verwaarloosbaar risico.
De concentratie van de
verschillende stoffen voor een groot deel is te wijten aan de aanwezige
achtergrondconcentratie. De bijdrage van industrie is zeer beperkt. De
bijdrage van verkeer is voor cadmium en benzo(a)pyreen wel relevant. Wat
verder opvalt is het grote aandeel dat huishoudens hebben in de emissie
van benzo(a)pyreen. Dit komt doordat bij het stoken van kachels en
allesbranders veel PAK’s vrijkomen.
Benzeen (C6H6)
Benzeen
(C6H6)
is een bestanddeel van benzine en komt in de lucht terecht door wegverkeer
en industrie. Tegenwoordig wordt echter steeds minder benzeen toegevoegd
aan benzine, waardoor de hoeveelheden benzeen in de lucht ook dalen.
Vooral langzaam rijdende motorvoertuigen en voertuigen met een nog koude
motor stoten grote hoeveelheden benzeen uit. Daardoor zijn vooral in
parkeergarages grotere concentraties te verwachten.
Situatie in Nijmegen
Benzeem
komt veel voor in het verkeer. Buiten wegen om kunnen verhoogde
benzeenconcentraties ook voorkomen in en nabij parkeergarages. Na klachten
van omwonenden van de parkeergarage in Zwanenveld zal in 2005 een
onderzoek worden uitgevoerd naar de luchtkwaliteit in en rondom
parkeergarages (d.m.v. metingen). Deze worden vergeleken met andere
locaties in Nijmegen. Normen voor luchtverversingsinstallaties in
parkeergarages zijn vastgelegd in het Bouwbesluit.
|